Merkwaardige macro mineralen
een informatieve rubriek met handstukken uit de collectie van Raymond Dedeyne,
door hemzelf becommentarieerd en door Theo Muller van foto’s voorzien

AURIPIGMENT
El’bruskiy mine, Elbrus Mountain, Kabardino-Balkaria, Rusland








Auripigment heeft als chemische formule As2S3 en kristalliseert in het monoklien stelsel. De kleur varieert van citroen- tot oranjegeel. Het is al van oudsher bekend en werd gebruikt als verfpigment – wat meteen zijn naam verklaart: een afleiding uit het Latijnse “auri” (goud) en “pigmentum”, verwijzend naar de diepgele kleur wanneer het tot poeder vermalen is. Het werd eveneens aangewend als rattenvergif, als insecticide, in medicijnen (sic!) en in een hele rist van andere toepassingen. Wijzig de samenstelling een weinig (iets meer arseen en iets minder zwavel) en je bekomt het andere bekende arseensulfide: het rode, eveneens monokliene realgar of As4S4. Auripigment wordt het beste in het donker bewaard want het verliest kleur en glans bij blootstelling aan daglicht. Dat is wel een relatief traag proces - bij zijn tegenhanger realgar verloopt dat veel sneller, zoals ik ooit zelf mocht ondervinden toen ik een goed specimen uit Baia Sprie, Roemenië na minder dan een jaar totaal verpulverd terugvond. Zowel auripigment als realgar hebben door hun hoog gehalte aan arseen de reputatie extreem giftig te zijn, maar dat moet je niet overdrijven: het is niet omdat een verbinding een giftige bouwsteen bevat dat ze daarom zelf even giftig is: nogal een geluk, want anders was de hele mensheid al lang ten onder gegaan aan pakweg keukenzoutvergiftiging! Arsenoliet (=arseentrioxide) en veel arsenaten en arsenieten mogen dan inderdaad wel zeer giftig zijn – voor arseensulfiden valt dat nogal mee, zolang je een paar elementaire gedragsregels respecteert: handen wassen na gebruik, het stof niet opsnuiven (bewaar het niet naast je coke!) en niet opeten. Zo staat in de literatuur een geval beschreven van een man die een cocktail van 84 gram gemalen auripigment met alcohol (de kerel had blijkbaar wel een vreemde smaak) overleefde mits een grondige darmspoeling: met arseentrioxide zou hij dat niet meer naverteld hebben!

Auripigment is niet bepaald zeldzaam, maar als je daarbij ook nog eens goede kristallen én een goede kleur zoekt wordt dat wel even anders: die worden doorgaans dan ook vrij duur betaald en dat geldt zeker voor grotere specimens uit de El’bruskiy mijn in de noordelijke Kaukasus. Dat deze laatsten daarenboven al sinds jaren enkel met mondjesmaat worden aangeboden is ook niet echt bevorderlijk voor je financieel saldo na aankoop. Het specimen op de foto’s (120x95x50 mm; bovenste foto: voorzijde – onderste foto: achterzijde) kon ik op de kop tikken op de beurs van Sainte Marie 2019 bij Viktor Panomarenko (nee, geen familie van – daarvoor ontbreekt overigens een derde “a” in de naam) van de Russische outfit Axinite PM Ltd (hoe Russisch kan een bedrijfsnaam wel klinken?). De bijna naaldvormige kristallen zijn verbreed naar de top toe en netjes gebundeld in radiaalstralige aggregaatjes tot 15 mm diameter – de structuur daarvan is vooral op de foto van de achterzijde goed waar te nemen – en daartussen zijn nog met spaarzame hand enkele losse kristalletjes gestrooid. De feloranje kristallen contrasteren bovendien ook nog eens heel goed met de witte kleur van de matrix. Ik heb in mijn verzameling nog wel andere goede auripigment specimens uit gevierde locaties – Shimen (China), Quiruvilca (Peru), Baia Sprie (Roemenië), Twin Creeks (Nevada) om er maar enkele te noemen – maar dit specimen klopt ze alle met de vingers in de neus voor wat esthetiek betreft.

Van de El’bruskiy mijn is in de literatuur weinig terug te vinden: het zou een oude lood- en arseenmijn zijn, in het hartje van het Kaukasusgebergte, op 35 km NW van Mount Elbrus – met zijn 5642 en 5621 meter hoge toppen (hij heeft er inderdaad twee) de hoogste berg van Europa (als je er tenminste geen bezwaar tegen hebt dat Rusland bij Europa wordt gerekend).

alfabetische index