Merkwaardige macro mineralen
een informatieve rubriek met handstukken uit de collectie van Raymond Dedeyne,
door hemzelf becommentarieerd en door Theo Muller van foto’s voorzien

CALCIET met PALYGORSKIET
Palmarejo, Chinipas, Chihuahua, Mexico



Calciet (CaCO3 – trigonaal stelsel) is een van de meest voorkomende mineralen. Het doet zich voor onder de meest diverse kleuren en vormen: zelfs na zo’n 400 specimens ervan te hebben ingelijfd in mijn “calciet-subverzameling” vind ik nog regelmatig nieuwigheden – de ene al opmerkelijker dan de andere.

Een van de meest markante daarvan uit recente jaren is wel de calciet uit de Palmarejo mijn in de Mexicaanse staat Chihuahua (waarmee dan meteen bewezen is dat ze daar om de wereld te verbazen nog meer in petto hebben dan alleen maar kleine lelijke mormels die het midden houden tussen een kleine rat en een grote muis). Het specimen op de foto laat met zijn 210 op 140 op 140 mm duidelijk zien waarover het gaat: grote (tot 12 cm), perfecte, langgerekte calciet-penetratietweelingen die langs de voorzijde bedekt zijn met een witte, pluizige laag die zelf aan de randen scherp begrensd is door een dunne zwarte laag, terwijl de achterzijde gevormd wordt door deels kleurloze en transparante, deels zwarte calcietkristallen van een tweede generatie. Op de voorgrond van de foto zie je ook nog enkele niet vertweelingde, scherpe calcietscalenoëders die op dezelfde wijze als hierboven zijn “afgewerkt”. Van de viltige witte laag werd ondertussen via XRD aangetoond dat het om palygorskiet gaat (het bekende “bergleder” dat we kennen van doorgaans weinig aantrekkelijke specimens, maar dat hier éénmalig bijdraagt tot iets moois). Het zwarte spul is een mengsel van mangaanoxiden, waaronder romanèchiet en chalcophaniet. De tweelingen zijn van het vissenstaart (“fishtail” type) - in Trumpistan worden die ook wel eens aangeduid als “rabbit ears” of “bunny ears”. Ik vraag me af – rekening houdend met nog een andere associatie, beter bekend bij lezers van een niet nader genoemd tijdschrift dat vooral om zijn artikels gelezen wordt - hoelang het nog zal duren eer een of andere verdorven geest hier de term “Playboy-calciet” zal lanceren (oeps - wat hierbij dan meteen ook effectief gebeurd is?). Al bij al een hoogst merkwaardige en uitzonderlijk esthetische combinatie (en daarmee bedoel ik wel degelijk het specimen)

Maar hoe kwam zo’n creatie tot stand? Brian Greenstone – in zijn MinDat bijdrage met GX9-1JN als min ID – doet een gooi met de volgende, vrij plausibele verklaring. De tweelingen ontstonden in eerste generatie, in een periode waar voldoende mangaan voorradig was, wat resulteert in een manganocalciet die sterk fluoresceert. Op de witte vlakken wordt dat wel grotendeels gemaskeerd door het palygorskiet, maar de breuklijnen van de matrix lichten inderdaad sterk rozerood op onder een Convoy-bron. Dan ontstond een aanvoerstroom in één enkele richting met het witte palygorskiet dat zich afzette op díe kristalvlakken die rechtstreeks aan die stroming werden blootgesteld. Die afzetting gedroeg zich in de volgende fasen zoals een anti-kleeflaag in een braadpan: niets kon zich daarop nog vastzetten (waarmee ik noch bedoel dat palygorskiet synoniem is voor teflon, noch dat uw Tefal braadpan bedekt is met palygorskiet!). In een volgende stap was er zoveel mangaan aanwezig dat grotere hoeveelheden mangaanoxiden konden neerslaan. Als afsluiter werd een tweede generatie calcietkristallen gevormd die soms niet (in bijvoorbeeld mijn specimen), soms wel (in enkele andere MinDat specimens) fluoresceren – afhankelijk van de lokale mangaanbeschikbaarheid.

Wat de financiële kant betreft: calciet is doorgaans geen duur mineraal. Een onberispelijk handstuk koop je al voor 50 Euro (en vaak zelfs minder), terwijl je voor 100 Euro meestal het beste stuk op de tafel kunt uitkiezen. Maar in onderhavig geval gaat die vlieger helaas niet op: zoveel schoonheid heeft nu eenmaal een prijskaartje. Voeg daar nog aan toe dat de meeste aangeboden stukken beschadigd zijn, en/of té groot voor de gemiddelde verzameling – én dat het aantal aangeboden specimens klein is (of wordt gehouden?). Een en ander betekent dat je voor een ongeschonden Palmarejo-calciet van ietwat formaat toch vlot boven de 500 Euro zult moeten neertellen – of een veelvoud daarvan indien je je persé bij een van de prestigieuze “top”- leveranciers wilt bevoorraden (je krijgt er dan wel een dik pak extra superlatieven bovenop).

Mijn exemplaar is er één van de welgeteld twee onberispelijke en net niet té grote die op de beurs van Sainte Marie in 2018 door Tesores Naturales werden aangeboden (een Spaanse outfit die zich vooral op fossielen en recyclage van oude verzamelingen specialiseert). Ik kocht het er in alle vroegte op de eerste beursdag, ver onder de prijs – zo ver zelfs dat het mijn “best buy” werd voor de hele beurs dat jaar.

Volledigheidshalve: in de Palmarejo mijn wordt ook nog wel (en vooral!) naar iets anders dan calciet gezocht: het is een zilver- en goudexploitatie die zowel in openlucht als ondergronds wordt bedreven. Het eindproduct wordt onder de naam “doré” als een goud-zilver legering op de markt gebracht voor verdere raffinage.

alfabetische index