Merkwaardige macro mineralen
een informatieve rubriek met handstukken uit de collectie van Raymond Dedeyne,
door hemzelf becommentarieerd en door Theo Muller van foto’s voorzien

DOLOMIET var. cobaltodolomiet
Kolwezi Mijndistrict, Lualaba, DRC



Foto 1


Foto 2

Als in de kristalstructuur van dolomiet - chemische formule CaMg(CO3)2 – kobaltatomen worden ingebouwd dan resulteert dat in kobalthoudend dolomiet of dolomiet var. cobaltodolomiet. Kortweg “cobaltodolomiet” is niet in lijn met de IMA-regels, want dat is geen erkend mineraal “an sich” – enkel een variëteit. Dat inbouwen kan niet grenzeloos doorgaan: het is gebonden aan een maximum van 20 mol% (ref 1) wat betekent dat er maximaal één kobaltatoom per elke vier calcium/magnesium atomen kan worden geaccommodeerd. Wat daarbij bij voorkeur wordt vervangen (calcium of magnesium) kon ik in de literatuur niet natrekken, maar ik speculeer op magnesium: volgens ref 1 kan kobalt nagenoeg onbeperkt in een magnesietkristal – chemische formule MgCO3 - worden ingebouwd. Hoe meer er van wordt ingebouwd, des te intenser de kleur – bij maximale vervanging wordt die diep magenta.

Het specimen van foto 1 maakte ooit deel uit van de verzameling van Joseph Lhoest, maar dan onder het label calciet var. cobaltocalciet. Dat het hier echter wel degelijk om dolomiet var. cobaltodolomiet gaat, volgt uit de volgende observaties:

  1. met verdund zoutzuur volgt trage reactie met gasontwikkeling enkel na opwarmen - wat de optie calciet var. cobaltocalciet (dat al onmiddellijk hevig reageert bij omgevingstemperatuur) elimineert
  2. de kleur is diep magenta - wat andermaal de calciet var. cobaltocalciet-optie uitsluit: hierin kan calcium slechts beperkt door kobalt worden vervangen (maximum 2 mol% - ref 1) zodat diepe kleuren niet bereikt kunnen worden
  3. de kristalhabitus is een relatief eenvoudige rhomboëder: dit komt weliswaar ook voor bij spherocobaltiet (chemische formule CoCO3), maar de grootte van de kristallen (tot 20 mm) maakt deze optie hier op zijn minst zeer onwaarschijnlijk
Het specimen is afkomstig uit de Mashamba West Mine, in het Kolwezi mijndistrict van de vroegere provincie Katanga (later herdoopt tot Shaba en in 2015 gesplitst in vier provincies, waaronder het Lualaba uit de titel van deze MMM: ken uw geografie!). De afmetingen zijn 110 op 95 op 65 mm - de lichtblauwe begeleider is hoogstwaarschijnlijk chrysocolla.

Ook het specimen van foto 2 (100 x 45 x 20 mm) is afkomstig uit het Kolwezi mijndistrict. Ik kocht het van Gilles Emringer van Multiaxes op de beurs van Sainte Marie 2017. Mocht de opmerkzame MMM-lezer bij het zien van deze foto een onbestemd déjà vu gevoel krijgen, dan is dat niet onterecht: het werd op dit forum eerder al eens (onterecht!) opgevoerd in een MMM over spherocobaltiet. Die originele determinatie was gebaseerd op de waarnemingen dat het specimen met verdund zuur pas na verwarmen traag reageert onder gasontwikkeling; op zijn dieprose tot magenta kleur; en op de voor spherocobaltiet zo typische morfologische verschijningsvorm: dunne lensvormige kristalletjes die zich verenigen tot sferische aggregaatjes (en zo weet je meteen ook waar de naam spherocobaltiet vandaan komt). Dat kwam mij echter op een reactie te staan van Paul De Bondt (voor wie hem niet mocht kennen: een gereputeerde verzamelaar van o.a. specimens uit Katanga) , die mij liet weten dat hij twijfelde aan een correcte determinatie, en dat hij eerder dacht in de richting dolomiet var. cobaltodolomiet. Op de beurs van Hannut (de laatste voor de covid-19 lockdown) werden wat specimens visueel vergeleken en dat deed mij uiteindelijk besluiten dit stuk te laten analyseren binnen het onvolprezen MKA-outside analyseprogramma. En wat bleek: SEM/EDX analyse wees op een procentuele atoomverhouding 12, 46 en 42 voor respectievelijk kobalt, magnesium en calcium. Dit was zonder enige discussie dolomiet var cobaltodolomiet – Paul had dus gelijk. Het kobaltgehalte is wel hoog (wat meteen de magenta kleur verklaart), maar toch bijlange niet hoog genoeg om dit specimen tot spherocobaltiet te promoveren. Ik had mij in deze vooral laten misleiden door aan te nemen dat sferische aggregaatjes van dunne lamellaire kristalletjes uniek waren voor spherocobaltiet – wat dus duidelijk niet het geval is (en waarmee de naam van dit laatste mineraal plots een stuk minder goed gekozen blijkt). Bovendien waren diverse gereputeerde verzamelaars die dit specimen ooit zagen het zonder uitzondering met mij eens dat dit inderdaad echte spherocobaltiet was – of hoe je collectief verkeerd kunt gaan! Eén les heb ik hierbij wel geleerd: in mijn verzameling – die ondertussen weer spherocobaltietloos is - komt geen enkel specimen nog binnen als spherocobaltiet zonder een positieve SEM/EDX analyse!

Ref 1: The Canadian Mineralogist, Vol 52 (2014), pp 653-670

alfabetische index