Merkwaardige macro mineralen
een informatieve rubriek met handstukken uit de collectie van Raymond Dedeyne,
door hemzelf becommentarieerd en door Theo Muller van foto’s voorzien

LÖLLINGIET
Huanggang, Chifeng district, Binnen-Mongolia, China



De Chinese tsunami waarmee onze verzamelwereld in de laatste decennia werd overspoeld beperkte zich niet enkel tot nieuw materiaal uit oudere mijnen: ook totaal nieuwe mijnen en zelfs heuse mijncomplexen kwamen aan de oppervlakte. Absolute koploper was hier zonder twijfel het Huanggang-complex: een voorheen totaal onbekende cluster van mijnen in het Chinese Binnen-Mongolië.

Binnen-Mongolië is sinds 1947 een autonoom gebied in het noorden van China, dat grenst aan zowel de Republiek Mongolië als aan Rusland en dat zich van west naar oost uitstrekt over niet minder dan 2500 km. Opgepast: mineralen uit Huanggang worden door sommige – ik neem aan geografisch minder onderlegde - handelaars wel eens aangeboden als afkomstig uit kortweg Mongolië (zelf ook wel bekend als Buiten-Mongolië en onafhankelijk sinds 1911) - wat manifest onjuist is!

In de regio Huanggang (ook wel eens aangeduid met Huanggangliang) werd in de jaren 1960 – 1970 een ijzer/tin afzetting ontdekt met een breedte van 500 tot 2500 meter over een lengte van ongeveer twintig kilometer. De ontginning werd pas aangevat in 1993 - aanvankelijk in dagbouw maar momenteel is alle exploitatie er ondergronds – door een groep van zeven mijnen die bedacht werden met de wel bijzonder goedgekozen (!) namen Huanggang #1 tot en met #7 (het was laat op de avond en de inspiratie voor die dag was op?).

Het eerste mineraal dat er in 2010 zijn weg naar de verzamelaarsmarkt vond was ilvaiet, maar dan wel met specimens van wereldklasse: floaters tot 20 cm waren toen geen uitzondering. En daarmee was meteen het hek van de dam: de kraan van een ware hoorn des overvloeds werd opengedraaid en met de regelmaat van een klok mochten we topexemplaren verwelkomen van scheeliet, magnetiet, arsenopyriet, kwartsen van diverse pluimage, genthelviet, roserode calciet var. manganocalciet, borcariet (een zeldzaam boraat/carbonaat van calcium en magnesium), fluoriet (zowel kleurloos als in alle tinten van purper, groen, blauw, rozerood), andradiet, hedenbergiet en nog meer lekkers. Al snel werd Huanggang in de literatuur omschreven als “the new Dalnegorsk”.

Maar top of the bill was ongetwijfeld löllingiet. Niettegenstaande een eenvoudige chemische formule (FeAs2) en een relatief veelvuldig voorkomen wereldwijd waren grote goedgevormde kristallen ervan tot dan toe uiterst zeldzame rariteiten. Groot was dan ook de verbazing toen in 2012 uit Huanggang nagenoeg perfecte centimetergrote specimens op de markt kwamen. Aanvankelijk werden die voor arsenopyriet gehouden, maar toen die vergissing door de University of Arizona werd rechtgezet was hun status van “best in the world” algauw een feit. De eerste exemplaren op Sainte Marie 2012 waren nog afschrikwekkend duur, maar een jaar later was het aanbod al zo groot dat je voor een redelijke prijs al een excellent specimen kon kopen. Twee jaar daarna waren die ondertussen helaas alweer van de markt verdwenen.

Het exemplaar op de foto is afkomstig uit Sainte Marie 2013, waar ik het (zonder veel moeite vrij goedkoop) op de kop kon tikken bij een Chinese juffrouw die de kunst van het afbieden duidelijk nog niet helemaal onder de knie had (mogelijk hadden haar superieuren dat ook in de gaten want ik heb ze in de jaren daarna nooit meer teruggezien). Met zijn begeleidende mineralen en matrix kan het zowat model staan als typisch löllingiet specimen uit Huanggang. De matrix bestaat uit complexe kristallen van magnetiet (octaëders of rhombendodecaëders – dat is niet zo goed uit te maken) met een blauwe aanloopkleur: het economisch belangrijkste erts voor Huanggang. Daarop zitten twee grote löllingiet kristallen - het grootste zowat 7 centimeter – die zijn opgebouwd uit zilverwitte dunne lamellen die netjes evenwijdig gerangschikt zijn; het geheel ziet er uit als een afgeplatte waaier. De blauwige schijn op sommige exemplaren zou te wijten zijn aan een dunne oppervlaktefilm van molybdeniet. Als belangrijkste nevenmineraal fungeren waterheldere, kleurloze fluorietkristallen tot tweeënhalve centimeter ribbe: die zijn uitermate euhedrisch zodat je op nagenoeg elk kristal de kubus-, octaëder- en dodecaëdervorm met het blote oog kunt onderscheiden. Op de löllingiet zitten verspreide kristalletjes arsenopyriet van het hanekamtype tot 2 mm. Het geheel wordt afgerond met nog enkele glasheldere kwartsnaaldjes en roosbruine genthelviet tetraëdertjes die over de matrix verspreid liggen. De labels bij Huanggang specimens vermelden doorgaans niet uit welke mijn die afkomstig zijn – maar te oordelen naar de paragenese moet het specimen op de foto uit de mijn #5 afkomstig zijn.

Zoals hierboven al beschreven zijn de mijnen van Huanggang gemengde ijzer/tin exploitaties – de balans tussen beide varieert van mijn tot mijn. Vreemd genoeg werden er tot nog toe echter geen “verzamelwaardige” tinmineralen gevonden.

alfabetische index