Merkwaardige macro mineralen
een informatieve rubriek met handstukken uit de collectie van Raymond Dedeyne,
door hemzelf becommentarieerd en door Theo Muller van foto’s voorzien

TITANIET
Dodo mijn, Saranpaul, Khanty-Mansi Okrug, Tyumen Oblast, Rusland



De kans is groot dat je als mineralenverzamelaar bij het horen van de naam “titaniet” (een nesosilicaat met als synoniem “sfeen” en als chemische formule CaTiSiO5) automatisch gaat denken aan mooie, groene maar tegelijk heel zuinig verdeelde kristalletjes op matrix uit de Europese Alpen. Maar wist je dat er ook titanietspecimens bestaan waarop centimetergrote kristallen zich letterlijk verdringen? Daarvoor moet je dan echter wel wat verder gaan, naar de Dodo mijn in de subpolaire Oeral van West- Siberië.

Daar werden in 1927 voor het eerst grote kwartskristallen geprospecteerd, die wel het ontginnen waard leken. Het duurde echter tot 1935 voor het er uiteindelijk tot een echte ontginning kwam: de regio – te midden bergtoppen van bijna 2000 meter hoog – was bijzonder ongastvrij en moeilijk te bereiken. De sneeuw begon er pas in juni te smelten en de dichtstbijzijnde nederzetting was Saranpaul, op zowat 100 kilometer. Alle materiaal diende aangevoerd deels per boot, deels met paard en rendier – wat een trip enkele richting betekende van 10 tot 15 dagen. Tijdens de eerste jaren bleef het eerder bij een bescheiden exploitatie. Toen werden er nieuwe kwartsreserves ontdekt in alpiene spleten tot 40 m lang, 16 m hoog en 5 m breed. Kristallen van meer dan 50 ton waren geen zeldzaamheid. Wanneer vanaf 1958 de vraag naar industriekwarts ook nog eens sterk ging stijgen was het hek finaal van de dam: Dodo werd een van de belangrijkste kwartsmijnen in Rusland.

Het duurde echter nog tot het einde van de Koude Oorlog eer mineraalspecimens de Europese markt bereikten: die werden voor het eerst aangeboden op de beurs van München in 1958. Het betrof in eerste instantie – hoe kan het ook anders – kwarts, waarbij vooral de prachtige gwindels niet onopgemerkt voorbijgingen. Later kwamen daar ook nog papierdunne brookietkristallen, kleurloze fluorapatiet en vooral indrukwekkende titanietspecimens bij. Het specimen op de foto (260 op 110 op 100 mm!) is er zo eentje, typisch voor de locatie: goedgevormde, scherpe, platte, donkerbruine kristallen die probleemloos 15 mm bereiken en zich verdringen (de achterkant van het specimen ziet er even druk bezet uit!) op een matrix van chlorietschist. Tweelingen van het V-type zijn er de regel.

Titaniet van Dodo wordt heden ten dage op de Westerse markt nog slechts heel sporadisch aangeboden. Ik vond dit specimen op de beurs van Sainte Marie 2009 bij Vaclav Budina van het Tsjechische KARP – die had er welgeteld twee van. De prijs was – rekening houdend met de kwaliteit - verrassend laag, zoals zelfs door de Mineralogical Record verslaggever ter plaatse werd opgemerkt en neergeschreven in zijn beursverslag. Vaclav is sinds verschillende jaren een vaste waarde in Sainte Marie - altijd wel goed voor enkele Russische zeldzaamheden (en nog veel meer): te oordelen naar zijn aanbod moet hij nog altijd goede contacten hebben binnen de voormalige Sovjetstaat.


alfabetische index