Tip van de maand
nuttige wenken en praktische tips voor de mineralenverzamelaar


“Camping Mättital” op 2400 meter hoogte Binntal, Wallis, Zwitserland augustus 2010

Tip 53: op expeditie deel 3: een meerdaagse tocht
een tip van Paul Mestrom

Samen met mijn schoonbroer Theo heb ik in het Binntal in Zwitserland veel mooie meerdaagse tochten gemaakt om zeldzame mineralen als cafarsiet, cervandoniet en gramaccioliiet te zoeken (en gelukkig ook te vinden). Zo’n meerdaagse tocht verdient de nodige voorbereiding, want als je eenmaal hoog in de Alpen ver van de bewoonde wereld bent, dan kun je niet even naar de winkel om het ontbrekende aan te schaffen.

De plaatsen waar ik kampeerde (tot 2700 meter hoogte) waren door het mooie heldere weer ‘s nachts vaak “tamelijk fris”, om niet te zeggen behoorlijk koud (tot ongeveer minus 10!). Om onze tochten niet onnodig zwaar te maken, moest alles zo licht mogelijk zijn en moest de uitrusting tot het minimum beperkt worden.

Dankzij de nodige “schade en schande” heb ik in de loop der jaren een aardige checklist kunnen maken, die iedereen uiteraard naar eigen inzicht kan gebruiken en aanpassen.

1. De basis
* een stevige rugzak. Als je ver moet lopen met vele kilo’s in die zak, dan mag hij niet aan de schouders hangen, maar moet hij goed rusten op de heup. Een goede heupband is dus van groot belang. Verder is het wenselijk dat hij goed aan te passen is op je eigen lichaam. Een goede rugzak zal geen last zijn!
* goede bergschoenen met dito sokken
* een hoogtemeter. In de Alpen voor mij onontbeerlijk, vooral op terrein waar geen paden meer zijn. Bovendien kun je op een goede hoogtemeter zien hoe snel je stijgt of daalt. Niet te snel stijgen is belangrijk om lang door te kunnen gaan. Voor mij geldt: 6 meter per minuut omhoog kan ik (met af en toe een pauze) vele uren volhouden. Een stijging van 8 meter per minuut hou ik nog geen half uur vol!
* een reddingsdeken. Gelukkig is die zelden of nooit nodig, maar in geval van nood kan die levensreddend zijn. Voor het gewicht hoef je het niet te laten.
* EHBO-spullen. Helaas zijn die regelmatig nodig, want stenen zijn hard en scherp. Het meest gebruikt: pleisters en pijnstillers.
* zonnebrandcrème (op grote hoogte verbrand je snel!)
* lip-care
* zonnepetje of -hoedje
* toiletpapier (!)
* een (Zwitsers) zakmes. Het pincet dat daar in zit heeft ooit een expeditie gered!
* een goede kaart met hoogtelijnen van het gebied ( liefst 1 : 25.000 ).

2. De kampeeruitrusting
* een lichtgewicht tentje. Het onze (zie foto hierboven) weegt, inclusief haringen, 2700 gram. Het is erg laag, wat als voordeel heeft dat de eigen lichaamswarmte vlak bij blijft en je het dus minder koud krijgt dan in een grotere tent.
* een slaapmatje. Ik gebruik het kleinste self-inflating matrasje dat ik kon vinden.
* een echt goede slaapzak. Vroeger gebruikte ik een donzen, nu een lichtere en even warme synthetische.
* een zaklamp (!) Verder om ook iets warms te kunnen eten of drinken:
* een (gas-)brander,
* een fluitketeltje van 0,5 liter
* aansteker (doet het niet altijd) en lucifers (kunnen vochtig worden!)
* beker, zowel voor koffie als voor soep of droogvoer (zie verderop)
* lepel
* broodmes voor brood, kaas, worst, . .

3. Water
Het lijkt misschien vreemd dit zo hoog op de lijst te zetten, maar zonder veilig water zijn problemen onvermijdelijk. Voor een tocht van 800 of meer meter bergop heb ik zeker een liter water nodig. Dat moet dus vanaf de start in de rugzak zitten, tenzij er met zekerheid onderweg water te vinden is. Daarbij mag je beslist niet vertrouwen op de heldere beekjes die je onderweg ziet. Als daar vee boven zit, kan het vol voor ons gevaarlijke bacteriën zitten. Een van onze vrienden belandde zo voor vier dagen in een ziekenhuis in Zwitserland!
Bij het zoeken van een kampeerplek is het dan ook belangrijk te kijken of er veilig water te vinden is. Bronnen en water dat direct onder een groot sneeuw- of ijsveld vandaan komt is meestal veilig.
In geval van twijfel: koken of een (meestal smerig smakend) ontsmettingsmiddel toevoegen.
Lege frisdrankflessen (0,5 liter voor in het zijvakje van de rugzak en 1 liter voor de voorraad) voldoen heel goed: sterk, licht en goedkoop. De flessen die door outdoorwinkels aanbevolen worden zijn niet sterker, wel duurder en zwaarder.

4. Voedsel
Als je drie of vier dagen onderweg blijft, moet je veel voedsel meenemen. Voor ons was dat meestal:
* stevig brood met kaas en worst voor ontbijt en lunch
* krentenbollen (zeer lang goed houdbaar!)
* snickers of noten met rozijnen voor onderweg
* cup-a-soup voor de avond
* oploskoffie (met creamer en zoetjes) voor ochtend en avond
* droge (avond)maaltijden (met heet water te bereiden), b.v. Unox good noodles
* gekookte eieren

5 Hakspullen: (of liever kapspullen?)
* hamer 1,25 kg of 1,5 kg
* beitel
* loep + reserve-loep
* handschoenen (l+r!)
* kranten (400g, voor het inpakken van de vondsten)
* plastic draagtassen (voor de vondsten, per plek een zak)

6 Kleding:
Als de temperatuur erg varieert (bij ons was dat soms van plus 20 tot min 10) is het nuttig je in laagjes te kleden. Je kunt dan “pellen”. Mijn basis (alles over elkaar is behoorlijk warm!):
* thermohemdje
* T -shirt
* trui
* vest (fleece)
* goede ademende, winddichte regenjas (North Face, Jack Wolfskin, Fjällraven, . . . )

Voor reserve:
* onderbroek
* onderhemd
* sokken
Nachtkleding namen we nooit mee.

7 Varia:
* een grote plastic zak (b.v. vuilniszak) om 's nachts over de rugzak te doen tegen condens (de rugzak past niet in ons tentje)
* tandenborstel + tandpasta
* zakdoeken
* dunne handschoentjes (vooral bij het ontbijt en ‘s avonds laat)
* wandelstokken
* stijgijzers (voor over gletsjers)
* GSM (werkt meestal niet!)
* gemakkelijke sudoku’s of iets dergelijks (‘s avonds in de tent)
* medicijnen (die je normaal altijd neemt, b.v schildkliermedicijn, insuline)

Veel succes op je expedities!


“Camping Wanni” op 2700 meter hoogte, naast de (inmiddels verdwenen) Wanni-gletsjer aan de voet van de Cherbadung, Binntal, Wallis, Zwitserland, augustus 2009