Mineraaltje met een verhaaltje



Van het een komt het ander . . .
Foto's en verhaal Eric Vercammen



Het een: 5 cm kristallen van fluoriet, Les Trappistes, Val de Bagnes, Wallis, Zwitserland


Dat deze volkswijsheid ook opgaat voor mineralen, heb ik kunnen ondervinden tijdens een vakantie in Wallis. Ik was daar op mineralenzoektocht, naar een vindplaats genoemd in “Die Mineralien der Schweiz”. Die plek ligt in de Val de Bagnes, tussen Sembrancher en Bovernier, en heet les Trappistes, naar de monniken die er ooit verbleven.
De mineralisatie bestaat uit een fluorietgang tot een meter dik, met daarin galeniet, sfaleriet en chalcopyriet. Die ertsmineralen treden vooral op als ingesloten klonten, alleen van galeniet vond ik een kristalletje van zowat een centimeter. De fluoriet vormt daar wel grotere kristallen, kubussen tot 5 cm ribbe (foto hierboven). Maar het zijn wel nogal ruwe en soms beschadigde kristallen, en de fluoriet zelf zou men als “melkfluoriet” kunnen bestempelen, naar analogie met “melkkwarts”.

Maar ik vind dat een mineralenverzameling niet alleen uit pronkstukken mag bestaan, maar dat er ook “modale” stukken moeten inzitten, die juist tonen hoe het mineraal het meest en kenmerkend voorkomt in de natuur. Ook was het hier een ertsvoorkomen, en zuivere fluoriet als gangmineraal is niet zo alledaags, terwijl zulke grote kristallen ook niet dikwijls als eigen vondst te doen zijn.

Ik heb toen dus meerdere stukken verzameld, maar omdat er vuil op hing besloot ik ze te gaan wassen in de rivier (de Dranse) onderaan de helling. Zo gezegd, zo gedaan, maar terwijl ik daar aan de oever bezig was, viel me een steen op die wat verder lag. Dat was in eerste instantie omwille van de lichtgroene kleur, die me dadelijk aan epidoot deed denken. Maar toen ik de rolkei opraapte, zag ik dat de andere helft bestond uit vergroeide blauwgrijze naalden. Uit wat ik gelezen had kon ik afleiden dat het hier ging om glaucofaan: dat is een zeldzamer mineraal uit de amfiboolfamilie, en dat kwam volgens de beschrijvingen voor in het bovenste deel van de Val de Bagnes, minstens 20 kilometer verwijderd. Maar de vorm van de steen gaf het antwoord: het was een rolkei, dus geërodeerd uit de rotsen langs de bovenloop van de Dranse, en meegespoeld tot waar ik stond. En op die wijze leidde het ene mineraal tot het andere.


Het ander: rolsteen met epidoot en glaucofaan (16 cm van kop tot teen)