Mineraaltje met een verhaaltje
maandelijkse rubriek met een merkwaardig verhaal over een mineraalspecimen



Wakabayashiliet van Jas Roux, gevonden in 1984. Verzameling en foto © Rik Dillen.
Beeldbreedte ongeveer 15 mm
Foto en verhaal Rik Dillen

Wakabayashiliet van Jas Roux, La Chapelle-en-Valgaudémar Hautes-Alpes, Frankrijk

Een deel van mijn doctoraatsonderzoek in 'de jaren stillekes' (eind jaren zeventig van de vorige eeuw) ging over de verdeling van sporenelementen in pyriet, met natuurlijk de meeste aandacht voor elementen die gretig zijn naar zwavel (de zgn. 'chalcofiele' elementen), zoals Cu, Co en Ni. De gebruikte techniek, SIMS (voluit: secundaire ionen massaspectrometrie - mijn excuses voor deze vloek), die toen compleet nieuw was voor dergelijk onderzoek, bleek erg gevoelig te zijn voor thallium.

Het toeval wilde (mijn echtgenote beweert altijd dat zoiets bij mij nooit toeval is) dat wij in die periode een vakantie gepland hadden in de Franse Alpen, in de buurt van het Parc National des Ecrins met zowat in het midden daarvan de beroemde vindplaats van een paar heel zeldzame thalliummineralen, Jas Roux. Het gaat om een mini-vindplaatsje, namelijk een kleine horizontale exploratiegang, enkele meter diep in de rotsen uitgehouwen, uitsluitend voor studiedoeleinden. Toevallig (of niet) zit in dat voorkomen ook wel wat pyriet, die toevallig wel eens een interessant verdelingspatroon van het sporenelement thallium zou kunnen vertonen.

Er was maar één probleempje: mineralen gaan kappen in het Parc National des Ecrins in het algemeen, en in Jas Roux in het bijzonder was (en is nog altijd) heel streng gereglementeerd (en gecontroleerd). Maar met een aanbevelingsbrief van de universiteit kreeg ik toelating om op de vindplaats in kwestie op beperkte schaal te gaan bemonsteren.

Tijdens onze vakantie ben ik er twee keer naartoe geweest. Vanaf de dichtstbijzijnde parking is het zo'n vier uur stevig doorwandelen over een afstand van zo'n 7 km met bruto 700 meter hoogteverschil. Wat een mens al niet moet doen om een doctoraatstitel te behalen... maar het moet gezegd: het is ronduit een prachtige wandeling.


De vindplaats is de uitstekende rots onderaan links in het beeld. Foto © Rik Dillen (1984)

Jas Roux moet wel de vindplaats zijn met zowat het mooiste uitzicht ter wereld: je kijkt er uit over een prachtig keteldal met (in die tijd nog) een heleboel machtige gletsjers. Bij mijn eerste bezoek waren mijn echtgenote en twee kinderen erbij, de tweede keer ben ik alleen gegaan (wat eigenlijk niet verantwoord is, maar je bent jong en je wil wat).


De exploratiegang van Jas Roux (toestand 1984). Foto © Rik Dillen

De vindplaats bestaat uit een korte, horizontale gang van zo'n meter of 10 diep, waarin de bekende sulfidemineralen voorkomen. Toen ik de tweede keer volop aan het werk was in de gang kwamen plots twee gendarmes te voorschijn bij het begin van de gang. Blijkbaar hadden ze mijn rugzak zien staan vanuit hun helikopter, en waren ze geland met het vaste voornemen om mij op heterdaad te betrappen bij het illegaal kappen van mineralen.

Na het gebruikelijke 'Qu'est-ce que vous faites ici, Monsieur? Il est strictement interdit de fouiller ici sans autorisation explicite' viel hun mond open van verbazing toen ik hun doodleuk vertelde dat ik inderdaad over zo'n 'autorisation' beschikte, en dat ik ze zelfs bij me had. Na controle van het document kreeg ik toch nog een reprimande. Ik had namelijk 's morgens, voor ik vanuit het dorp La Chapelle-en-Valgaudémar vertrok richting Jas Roux, blijkbaar de burgemeester moeten inlichten van mijn aankomst, zodat de gendarmes in de helikopter zouden geweten hebben dat ze niet hoefden te landen om te komen controleren. Toen ik hun vertelde dat hun burgemeester het niet zou geapprecieerd hebben als ik hem rond 5 uur 's morgens uit zijn bed zou gehaald hebben om aan te kondigen dat ik steentjes kwam kappen, verscheen zowaar een glimlach op hun gelaat, en wensten ze me veel succes.

Een ding is zeker: in het Parc National des Ecrins wordt niet gelachen met mineralenverzamelaars die zonder een officiële toelating de reglementering in het nationale park negeren.


Realgar en diverse sulfozouten (chabourneiet, pierrotiet, smithiet e.a.) in situ in de exploratiegang van Jas Roux, 1984. Foto © Rik Dillen

Uiteindelijk is de opbrengst aan pyriet die bruikbaar was voor mijn onderzoek erg matig, zelfs bijna nihil geweest. Maar de bijvangst heb ik toen natuurlijk niet weggegooid: een specimen met wakabayashiliet, en verder nog specimens met chabourneiet, smithiet, stibniet (weliswaar met microscopische afmetingen), realgar, pararealgar, smithiet en een aantal (nog) niet geïdentificeerde sulfozouten.

Zoals dat met sulfozouten vaak gaat, vooral als ze zo goed als geen zichtbare kristalvlakken vertonen, zou een bezoek aan deze vindplaats, hoe interessant in principe ook, voor de meeste verzamelaars die niet over analytische faciliteiten beschikken, niet bepaald veel opbrengen voor de verzameling. Het determineren is namelijk een helse klus, zelfs met de meest gesofisticeerde apparatuur. Het loont dus zeker niet de moeite om het risico te lopen van een proces-verbaal met zeer zware gevolgen.

Maar de wandeling naar de vindplaats kan ik je ten zeerste aanbevelen. Het is een van de mooiste plekjes in de Franse Alpen. Allen daarheen dus, maar niet om stenen te gaan kappen.


Met dit uitzicht vanop de vindplaats werd je in 1984 nog beloond. Ondertussen schiet er helaas van al die machtige gletsjers maar weinig meer over. Foto © Rik Dillen